| Nagedachtenis A.R. |
| maandag 20 augustus 2007 | |
|
Pagina 1 van 2 Lieve R…., Ik heb besloten om je een afscheidsbrief te schrijven. Dat komt omdat ik niet in staat ben op je begrafenis te zijn. Ik geef komend weekend een training in Stoutenburg, en die begint op vrijdag ochtend 10.00 uur. Je zult vast wel tegen me zeggen dat dat niet erg is en dat ik deze brief ook maar beter kan laten, maar R….., zo werkt dat niet bij grote mensen. Ik wil toch graag bewust afscheid van je nemen op mijn manier. Als ik het hier stil op papier heb gezet mag jij er mee doen wat je wilt. Je hoeft het nooit te lezen of er nooit naar te luisteren en dat gesnotter van me,… ach grote mensen? Ik laat het open of je er ooit aan toekomt. R…, ik weet nog hoe je moeder naar me toe is gekomen en me gevraagd heeft of ik misschien iets voor je kon doen. Dat is nu al ruim 6 jaar geleden. Ik heb je eigenlijk niet anders gekend dan -- en vergeef me als ik dat zeg -- als een zeer ernstig ziek kind. Zo was je in mijn ogen. Ik heb in alle eerlijkheid tegen je moeder verteld dat ik ook niet weet of het iets zou baten, maar proberen wil ik het altijd. Ik weet ook niet hoe het komt maar het leek wel of ik van dat moment af een verbinding met je kreeg die nooit meer over zou gaan. Waarom, zul je zeggen. Nou dat ga ik je proberen uit te leggen. Verstandelijk wist ik dat ik je niet zou kunnen genezen. Je ouders wisten dat eigenlijk ook. Maar wij grote mensen kunnen ons daar niet bij neerleggen. Ik sloot, toen nog onbewust, een soort verbond met je ouders, net als heel veel grote mensen onbewust hebben gedaan, van ik moet iets doen. We halen alles uit de kast! Toch wisten we met zijn allen dat daar niets te halen viel, maar ja als we niks deden dan… Tja wat dan…..? Dan leek het alsof we je in de steek lieten! We voelden ons zo machteloos.. Zo intens machteloos! Zo ben ik en nog vele anderen samen met je ouders gaan zoeken, en we vroegen ons af of er dan helemaal niemand en niets was wat jou zou kunnen helpen. En we hebben tegen beter weten in ons geweten gesust. Ik heb altijd je ouders bewonderd om hoe die erin stonden. En ik weet dat ik daarin zeker niet de enige ben, maar W…. deed het af met ach Rini, dat doe je toch voor je kind! Ik vind het maar heel gewoon. Natuurlijk is dat ook zo, maar ze waren samen zo sterk daarin, ze geloofden en hoopten tegen de verdrukking in. Toen ik dat besefte snapte ik ineens dat ze jouw voorbeeld volgden en dat het alleen maar heel natuurlijk en vanzelf sprekend was. Het waren onvervalste oerinstincten die hier de wet bepaalden en de weg aangaven. De wet van de onvoorwaardelijke liefde. En zo hebben zij samen met jou geprobeerd volgens die oorspronkelijke drijfveer voort te gaan. Een drijfveer die helemaal oorspronkelijk en vrij is. Vrij van alle persoonlijke belangen. Je zult wel zeggen, nu zo kletskous, hou nou maar op, of duurt dit nog lang. Maar toch, mijn hart is nog steeds bezwaard, en ik vraag nog even geduld. Och weet je wat R…., ga jij maar met opa aan de haal, dan mijmer ik hier nog even verder. Het is tenslotte ook mijn stuk en niet het jouwe. Jij, R…., bent al vrij en altijd vrij geweest en gebleven. Het leed -- de ziekte -- heeft jou nooit te pakken gekregen, nooit gedood! Ik… Ik ben nog steeds zoekende naar iets wat jij al lang bezat. Je bent voor mij en vele anderen een grote leraar geweest, op een groot terrein. En daar wil ik je voor bedanken. |
| Home |
| Algemeen |
| Aanmelding cliënt |
| Donaties |
| Onderzoek |
| Organisatie |
| Foto Album |